Leerlingen buigen zich over een vraagstuk en zoeken naar patronen en verbanden. Jij vraagt: “Hoe weet je dat dit klopt?”, “Kun je het ook anders oplossen?” Dáár draait het om: inzicht, redeneren en doorzetten. Jij laat zien dat wiskunde begint bij logisch denken en durven proberen. Je maakt abstract